Welke gereedschappen heeft een handspinner eigenlijk nodig?.

Zeker als je net begint met spinnen wil je graag ‘alles’ tegelijk en het is soms lastig om een weg te vinden in het brede aanbod. De spinners in je omgeving vertellen soms tegenstrijdige verhalen en relatief vaak wordt een kostbare uitrusting, met allerlei extra’s aangeschaft, waarvan een groot deel uiteindelijk niet of nauwelijks wordt gebruikt. In dit artikel wil ik je mijn inzichten en misschien een bruikbare handleiding geven.

Bijna iedereen weet, dat je om te breien niet meer nodig hebt dan een set goede breinaalden en een bol mooie wol. Het is de eindeloze keuze aan garens die het eindresultaat bepaalt. Wat bijna niemand weet is dat voor spinnen in feite precies hetzelfde geldt…

Sinds mensenheugenis (veel langer, dan dat er wordt gebreid) hebben mensen de meest delicate garens gesponnen, met niet meer dan een spintol en een zak uitgeplozen wol. Ook ik ben op die manier begonnen en het is (overduidelijk) zeer goed bevallen.
En hoewel ik inmiddels zelf honderden spinnewielen, accessoires en materialen heb uitgeprobeerd – en vele daarvan heb leren waarderen, om evenzoveel verschillende redenen, heb ik uiteindelijk voor de kern van mijn hobby nog steeds niet veel meer nodig dan een aantal goede basis artikelen, plus een beperkt aantal extra’s, die passen bij mijn individuele spingedrag en een modern (super druk) leven.

Ik denk dat het goed is, dat een spinner het onderscheid kan maken tussen basisgereedschap en extra’s. Basisgereedschappen zijn die dingen die je continue gebruikt om je hobby met plezier uit te oefenen. Welke dat zijn kan per persoon verschillen. De extra’s zijn – zoals je waarschijnlijk al verwacht – leuk om erbij te hebben, bijvoorbeeld voor het maken van een speciaal soort garen, maar voor veel spinners niet onmisbaar.

Basisgereedschap

1. Een spintol of spinnewiel, om het garen te kunnen maken.
Een spinnewiel werkt veel sneller dan een spintol, maar een spintol is veel goedkoper en neemt bovendien maar heel weinig plaats in beslag, waardoor je een tol ook makkelijk kunt meenemen.

Kies een vrij lichte spintol, die makkelijk blijft draaien of kies een modern spinnewiel, met een comfortabele, dubbele trapper. Je spinnewiel moet niet alleen geschikt zijn voor Texel en heideschaap, maar ook voor fijnere vezels, zoals Alpaca en Merino.

Zorg dat je bij het spinnewiel minimaal 3 standaard spoelen en een twijnrek hebt. Als je nog geen ervaren spinner bent is het niet nodig om al direct te investeren in uitbreidingen bij het spinnewiel, zoals extra poelies, art yarn flyers, etc.
Als je ook 3-draads getwijnd garen wilt maken heb je een 4e spoel nodig.

2. Wol en andere vezels, om te spinnen
Net als bij breigaren is het aanbod in kant en klare, spinbare wol en andere vezels eindeloos. Als je een druk leven hebt en niet een halve kamer wilt opofferen aan materialen voor je spinhobby, dan zijn kant en klare lontwol en gekaarde batts je eerste keus. Omdat anderen het voorbereidende werk al hebben gedaan, kun je direct beginnen met spinnen.

3. Haspel
om een streng te kunnen maken van je gesponnen garen.
Na het spinnen en twijnen wind je het garen op de haspel tot een streng, om het met de hand te kunnen wassen en de twist te fixeren.
Het meest gebruikt zijn handhaspels (z.g. ‘niddy noddy’), molenhaspel en (instelbare) parapluhaspel. De parapluhaspel is duurder in aanschaf, maar in de praktijk erg handig in gebruik, omdat de omtrek steeds op de juiste maat kan worden ingesteld, wat belangrijk is, omdat de streng door die eerste wasbeurt soms krimpt. Als je nog geen haspel hebt, kun je ook strengen maken om de ruggen van twee eetkamerstoelen, die je naast elkaar zet.

Praktische extra’s

Bolwinder
Hoewel het ook prima mogelijk is om na het wassen en drogen van de strengen met de hand je garen tot een bol te winden heeft een bolwinder het belangrijke voordeel, dat je hiermee bollen maakt, die je daarna van binnenuit kunt afrollen, waardoor de bol tijdens het breien niet door de kamer rolt.

Veel spinners willen op een goed moment graag hun eigen batts maken en de verschillende kleuren, favoriete wolsoorten en onbekende materialen zelf naar eigen smaak gaan mengen. Dan is het tijd om na te denken over de aanschaf van een kaardmolen, speciaal geschikt voor het mengen van verschillende vezels. Deze heeft speciaal beslag en tanden van verschillende lengte.  Een voordeliger alternatief voor het mengen van verschillende vezels (in kleinere hoeveelheden) is een mengbord / blending board.  Gebruik je kaardmolen of mengbord alleen voor “schone’ materialen (dus niet voor ruwe wol). Samen met de kaardmolen komen waarschijnlijk ook allerlei nieuwe materialen je huis binnen, zoals geverfde lokken, bamboe, soja, glitter, recycled plastic en zijde.

Spinnen uit ruwe schapenvacht

De meeste spinners gaan tegenwoordig niet meer naar een fokker of boerderij voor een ruwe schapenvacht (schrijft de vrouw die zelf 10.000 ruwe vachten van meer dan 100 verschillende rassen heeft gekeurd en verkocht ;-)) Daarom worden de ‘ouderwetse’ basisgereedschappen, die vroeger in elk huis te vinden waren om ruwe schapenvacht voor te bereiden om te kunnen spinnen, tegenwoordig nog slechts door een handvol mensen gebruikt. Maar die paar liefhebbers (zoals ik zelf), met voldoende tijd en ruimte, zullen blij zijn met een flinke zinken wasteil,  handkaarden, een ouderwetse,  grove kaardmolen (geschikt voor ruwe vacht ),  grote “Engelse” wolkammen en een flick kaardborstel.   

Speciaal om voorzichtig de ragfijne lokken van gewassen Shetland en Merino vachten te kunnen uitkammen zijn er tenslotte ook nog ook delicate, fijne wolkammen te koop. De vezels worden na het kammen m.b.v. een ‘diz’ voorzichtig uitgetrokken tot een kamlont, waarmee kamgaren voor kanten sjaals kan worden gesponnen.

Witte wol en zijde is niet alleen geschikt voor een wit project, maar ook om zelf te verven. Het verven van wol is een vak apart en je hebt hiervoor niet alleen flink wat extra tijd, maar ook een keukenkastje vol extra materialen nodig (denk aan verfstoffen,  ketel, spoelbak, handschoenen, mondkapjes, diverse hulpstoffen, thermometer warmtebron,  etc.) Als je ook plantaardige vezels wilt gaan verven heb je waarschijnlijk snel een tweede kastje nodig.

Spinnen van speciale garens

Om het spinnen van minder gangbare garens gemakkelijker te maken zijn allerlei speciale hulpmiddelen ontworpen. De complete lijst wordt te lang voor dit blog.
Daarom noem ik hier alleen de meest gevraagde items.
Voor het (nat) spinnen van vlas is een distaf (vlasstok) nodig en een spinkom, voor water.  Katoen, kasjmier en andere zeer lichte dons vezels worden vaak gesponnen met een ondersteunde spintol (b.v. een tahkli) of een charka. Voor het voorbereiden van de delicate vezels worden extra fijne handkaarden gebruikt.  Net als zeer dunne garens en zijde kunnen deze zeer fijne vezels vaak ook worden gesponnen op de high-end spinnewielen, die daarvoor kunnen worden uitgerust met oa. extra poelies, speciale spoelen en lichte vluchten met verkleinde spingaten.

De zeer populaire mega-dikke art yarns kunnen het makkelijkst worden gesponnen op een langzaam, spoel aangedreven spinnewiel. (Irish tension) en een vlucht met een zeer groot spingat. Een snel spinnewiel kan door middel van extra poelies en andere hulpmiddelen worden vertraagd.

Wist je, dat de oermens (met zijn spintol, of misschien alleen maar met zijn handen en een stokje) ook al art yarn spon? In Amerika Scandinavie en Frankrijk zijn prehistorische garens gevonden gemaakt van o.a. gras met plukjes konijn, ramie met adelaarveertjes en koord, gemaakt van pezen en plukken haar van een wolharige mammoet!

 

Advertisements

keurmeester aan het werk – Over het keuren en bewaren van ruwe wol en vachten.

2012 GoHo Scheerdag 5

de mooiste vachten: elk voorzien van label en keuringsrapport.

In mei en juni worden in Nederland en Belgie de meeste schapen geschoren en worden door wolliefhebbers weer volop ruwe vachten verzameld. De meeste spinners en vilters die ik ken, hebben meer wol in kasten, zolders en garages, dan dat ze in de komende 10 jaar ooit zullen kunnen verwerken. Daarom wordt vaak aan me gevraagd:  Hoe bewaart Spinner Of Yarns haar wol? Dit is een interessant onderwerp!

Bij het bewaren zijn twee aspecten heel belangrijk:

1)  Is de kwaliteit van de ruwe wol wel echt goed genoeg om zelfs maar de moeite te nemen om de vachten te bewaren, en
2)  hoe zorg je dat de wol langere tijd goed blijft ? 

Mijn eerste advies is, om niet teveel wol te bewaren. Bewaar alleen ruwe wol, die je zelf graag wilt gebruiken.
Voor een trui met lange mouwen heb je waarschijnlijk niet meer dan 1,5 kg mooie ruwe wol nodig en van wolsoorten die je nog niet kent,  of waarvan je weet dat je die niet snel opnieuw zou kopen, zou je bijvoorbeeld kunnen besluiten om alleen een zak met 250 gram mooie, uitgezochte wol te bewaren, zodat je voldoende hebt om t.z.t. daarvan eventueel een muts of een paar proeflapjes te maken.

Een tweede advies is om alleen uit de ruwe vacht te spinnen met ‘verse’ wol. Alleen dan is de lanoline nog zacht en spint de wol gemakkelijk. Naarmate de wol langer ligt voelt deze vaak wat ‘harder’ aan, en soms wordt de wol zelfs wat plakkerig en dan is het spinnen uit de ruwe vacht helemaal niet meer zo prettig. Het harder aanvoelen van de wol komt, doordat de lanoline in de schapenwol  op den duur wat indroogt. Dat vermindert overigens de kwaliteit van de wol zelf niet.  Als je de ruwe wol langer dan drie maanden wilt bewaren is mijn advies om de lanoline er helemaal uit te wassen, met behulp van de zogenaamde heet-water wasmethode. Deze vind je elders in dit blog. De gewassen wol is na de wasbeurt weer als nieuw. Laat de gewassen wol heel goed drogen en berg daarna alles op in (motvrije) zakken en kratten.
Op die manier gewassen en bewaarde wol blijft (eindeloos lang) in prima conditie, totdat je er mee aan de slag kunt gaan.

Voor wat betreft de kwaliteit is het misschien leuk om eens te horen hoe dat in de praktijk bij Spinner Of Yarns wordt bepaald:  Spinner Of Yarns heeft, als wolkeurmeester op o.a. Schapenpark Goede Hope, (letterlijk) duizenden vachten door haar handen laten gaan en heeft daarom – als een van slechts een handvol mensen ter wereld – praktijkervaring met het keuren van zeer veel verschillende, vaak ook zeldzame schapenrassen.
Bij de officiele wolkeuring wordt altijd gewerkt aan de hand van een aantal meetbare criteria, die door de industrie en het stamboek zijn bepaald. Elke vacht wordt eerst beoordeeld op de specifieke raskenmerken.  Vooral op Schapenpark Goede Hope was de wolkeuring altijd een zeer intensief proces, omdat daar meer dan 40 verschillende rassen werden gehouden, waarvan de meeste zeldzaam of speciaal. In die situatie is het correct labelen van schapenvachten een zeer belangrijk hulpmiddel, om een vacht correct te kunnen keuren, want als je het ras niet kent kom je met zomaar ‘een witte vacht’ als keurmeester niet heel ver. Wol van een rasechte Texelaar ziet er heel anders uit als die van een Suffolk, een heideschaap, een melkschaap of een Romney. Wol van een Shetland lijkt soms wel wel wat op die van een Ouessant, een Castlemilk Moorit, een Manx Loaghtan en een North Ronaldsay, maar al deze vachten zijn onderling ook weer verschillend en lijken totaal niet op vachten van Bluefaced Leicester, Wensleydale of Merino (die zelf onderling ook weer als dag en nacht verschillend zijn).
Handspinners en vilters zullen dit herkennen en weten, hoeveel verschillen er zijn tussen diverse rassen en hoe zeer ook de raskenmerken de uiteindelijke toepassing (bruikbaarheid) van de wol bepalen.
Behalve op raseigen kenmerken wordt ook altijd de kwaliteit van de wol zelf gekeurd (o.a. de sterkte van de wol, de veerkracht, de kleur, de lengte en de fijnheid (microns).
Na de officiele keuring bepaalt Spinner Of Yarns, aan de hand van de keuringsrapporten en haar eigen jarenlange ervaring, welke vachten mooi genoeg zijn  om per stuk aan te bieden aan spinners, vilters en andere wolkunstenaars  Spinner Of Yarns hanteert bij die laatste afweging altijd een heel simpele norm: Alleen als een vacht van zodanig hoge  kwaliteit is, dat Spinner Of Yarns deze graag ook zèlf zou willen gebruiken, dan is deze goed genoeg  voor de zogenaamde ‘vachtenlijst’  van Spinner Of Yarns. De rest gaat in de bulkzak. Wol uit de bulkzak is voor spinners, vilters en andere wolliefhebbers meestal maar weinig waard en deze wol wordt daarom direct verkocht, voor industriele toepassingen.
Dat goede kwaliteit dus helemaal niet zo vanzelfsprekend is, blijkt uit het feit, dat van elke 10 vachten die door Spinner Of Yarns worden gekeurd er gemiddeld 7 in de bulkzak gaan er slechts 3 mooi en goed genoeg zijn om op de vachtenlijst van Spinner Of Yarns te worden geplaatst…

Shearing GoHo 2010 sorting table

wolkeuring op Schapenpark Goede Hope, tijdens scheerdag

Mijn advies aan onervaren wolliefhebbers is daarom altijd om zeer kritisch te zijn bij de beoordeling van je ruwe wol. Bedenk, dat er maar weinig vachten echt goed genoeg zijn voor een handspinner of vilter, die vaak tientallen uren besteeds aan het maken van een project.
Controleer elke zomer opnieuw de kwaliteit van alle ruwe wol die je nog in je voorraad hebt liggen (volg eventueel de Ruwe Wol Workshop van Spinner Of Yarns als je wilt leren hoe dat moet en waar je op moet letten). Als blijkt dat je nog 10 vachten hebt liggen (en ik ken veel mensen bij wie dit zo is,) doe dan eens als spinner Of Yarns en zoek daar de drie mooiste  en geef er zeven weg ( b.v. aan de school van je kinderen), of gebruik het als mulch in je tuin (wol is een prima onkruidonderdrukker) etc.
Als je meer dan 1 vacht van hetzelfde ras hebt, selecteer dan van die vachten alleen de mooiste delen voor je wintertrui (dit is meestal de wol op de nek en de schouders)

Nadat je zoveel aandacht aan de selectie van de wol hebt besteed, dan wil je natuurlijk ook, dat de overgebleven ( kostbare wol) zo lang mogelijk goed blijft. Dit betekent vooral dat je ervoor moet zorgen, dat er geen mot bij kan komen.
Op Goede Hope werden die mooiste vachten bij het scheren steeds in netten verpakt, maar als deze vachten niet direct konden worden verkocht en langere tijd moesten worden bewaard, dan werd die wol daarno ook verder door Spinner Of Yarns  uitgezocht: Alleen de mooiste spinwol werd daarna bewaard, en zorgvuldig verpakt in kleinere porties,  in z.g. ‘motvrije’  verpakking.

motten zijn gemakkelijk herkenbaar: ca 1 cm witte cocons, met daarin levende larven

Ook als je maar 1 schapenvacht in huis hebt, heel vaak stofzuigt en schoon maakt, geen wollen tapijten hebt en horren voor alle ramen en deuren, is het toch nog steeds mogelijk dat na verloop van tijd motten eieren leggen in je ruwe wol. Motten zijn namelijk inheemse dieren, net zoals muggen, vliegen en lieveheersbeestjes en het is bijna niet te doen om deze totaal te vermijden. Een aantasting door mottenlarven is gemakkelijk herkenbaar door de aanwezigheid van cocons, waar de levende larven nog in zitten. Het beste wat je kunt doen om problemen te voorkomen is de wol zodanig in te pakken, dat de motten er helemaal niet bij kunnen komen (als er geen eieren worden gelegd, komen er immers ook geen wol-etende larven).
Spinner Of Yarns gebruikt hiervoor stevige, afgesloten heldere plastic (grip-)zakken en goed afsluitbare kratten.
Deze worden allemaal zorgvuldig, uit de zon, op relatief koele plaatsen bewaard, omdat anders vocht uit de wol zou condenseren aan de binnenkant van de kratten en zakken. Hoewel het bewaren in kussenslopen en andere ‘ademende’ materialen in theorie beter is, blijkt in de praktijk, dat motten toch (via knoopsgaten, open naden etc) relatief eenvoudig hun weg vinden in kussenslopen etc.  Probeer zelf wat voor jou het beste werkt.

Bewaar je kostbare wol nooit in gewone, grijze vuilniszakken, want deze zijn als een ‘restaurant’  voor motten, omdat deze meestal ‘open’ zijn en het in de zakken bovendien donker is (een ideale combinatie om mot aan te lokken).

Om zeker te zijn dat alle levende organismen in je wol dood zijn kun je de wol eventueel een paar dagen invriezen, of je kunt de wol in heet water uitwassen. Daarna zeer goed drogen en dan verpakken in dichte verpakkingen.

Let ook op met je kant en klare garens en andere wollen objecten: Stofzuig regelmatig, was indien mogelijk, leg een nachtje in de sneeuw op een koude winteravond  en gebruik eventueel geurolie, om de motten te ontmoedigen.

Over sokkenwol en wol die geschikt is voor sokken.

Over sokkenwol is veel te vertellen. Naar aanleiding van een aantal vragen van lezer geef ik daarom hier wat extra informatie over garens die we ”sokkenwol” noemen en wol die geschikt is voor sokken.

De meest bruikbare sokken worden gemaakt van veerkrachtige wol, die bovendien slijtvast moet zijn.

Afhankelijk van het ras / de wolsoort is schapenwol meer of minder veerkrachtig. Om fijne wolsoorten  extra slijtvast te maken werd vroeger wel geitenhaar toegevoegd. In moderne sokkenwol wordt hiervoor meestal nylon/polyamide gebruikt.

‘sokkenwol’  is een verzamelnaam voor garen met bepaalde eigenschappen. Dit betreft altijd

  • vrij dun garen (in de industrie spreekt men van 4-ply / fingering weight  garen = 14 wraps per inch)
  • een mengsel van scheerwol en 20-25% nylon/polyamide
  • wol die ‘superwash’ is behandeld, wat betekent, dat het in de wasmachine kan

Door de Superwash behandeling  zijn de z.g.’wolschubben’ verdwenen, waardoor de wol niet meer zal vilten, tijdens het wassen. Ook zorgt de superwash behandeling ervoor, dat het garen niet meer ‘prikt’, wat ‘sokkenwol’ ook zeer populair maakt voor wollen breisels, die op de blote huid worden gedragen (sjaals, omslagdoeken).

Handspinners kunnen een uitstekend  ‘sokkengaren’ zelf maken, door  medium fijne wolsoorten met een mooie crimp (veerkracht), bv. Texel of diverse melkschapen, eerst dun te spinnen met de z.g. ‘kamgaren techniek’ (worsted gesponnen). vervolgens liefst met 3 draden twijnen. Dit  garen zal zowel sterk als veerkrachtig zijn. Gebruik liever geen longdraw techniek (woollen gesponnen) voor sokkenwol, want deze garens zijn veel minder slijtvast.
De sokken mogen alleen met de hand worden gewassen, omdat deze wol kan in de wasmachine en droger vilten.
Het garen is natuurlijk niet alleen geschikt voor sokken,  maar ook voor mutsen, handschoenen,  pantoffels of comfortabele warme kleding, zoals b.v. een vest of een trui.

Wassen van wol

Een van de meest gestelde vragen die ik krijg is: Hoe moet ik ruwe wol uitwassen? In dit artikel lees je alle details.

Abonneer je op dit blog en blijf op de hoogte

Schapen nemen nooit een bad en kammen ook nooit hun haar. Ondertussen lopen ze wel het hele jaar buiten in de wei en liggen regelmatig op de grond en in het stro in een stal. Daarom is ruwe schapenwol vuil. Naast plantenresten, stof, zweet en ander biologisch vuil bevat schapenwol ook lanoline. Lanoline is een soort was, die als een dun laagje om alle individuele wolvezels heen zit. Lanoline beschermd het schaap en haar wol tegen weersinvloeden. Door deze lanoline voelt ruwe schapenwol ook altijd wat vet / plakkerig aan.

Als je (zoals Spinner Of Yarns) hebt leren spinnen op een spintol of een oud wieltje, met een vacht ongewassen Texel wol, dan vind je dit misschien een opmerkelijk en overbodig verhaal, maar op dit moment is er een hele nieuwe generatie van handspinners, die nog nooit een ruwe vacht van dichtbij heeft gezien en die alleen heeft gewerkt met moderne (scotch tension) spinnewielen en in de fabriek voorbewerkte lontwol (die vaak totaal niet meer lijkt op de vacht van het schaap in de wei). De bekendste voorbeelden van wol die er in lontwol heel anders uitziet als de ruwe vacht zijn Bluefaced Leicester en Merino lontwol.

Het spinnen van garen uit ongewassen ruwe vacht is in de moderne tijd volledig achterhaald.
Niet alleen willen we het vuil niet meer in onze huizen en op onze meubelen hebben, maar meestal is ook de lanoline ongewenst in ons gesponnen garen en in de werkstukken die we van dat garen willen maken. Ook als je ruwe wol niet direct kunt verwerken en je de wol langere tijd wilt / moet bewaren is het belangrijk dat je de wol zorgvuldig uitwast.

Er zijn dus veel redenen om de ruwe wol eerst uit te wassen, voordat we gaan spinnen.
Hieronder lees je hoe je dat het beste kunt doen

We maken onderscheid tussen
a.Plantenresten en stro
b.Stof en overig biologisch vuil
c. Lanoline.

a. Verwijderen van plantenresten en stro
We beginnen altijd om de losse plantenresten met de hand uit de wol te verwijderen.

b. Uitwassen van biologisch vuil – “KOUD WATER METHODE”

Stof en biologisch vuil laat zich meestal gemakkelijk verwijderen, door de wol een nacht te laten weken in teil met ruim koud water, met een biologisch inweekmiddel.
Spoel de wol de volgende dag een paar keer uit in ruim water. Doe de schone wol vervolgens in een waszak en centrifugeer op een laag toerental, of rol de wol in een handdoek en druk het water eruit.
Laat vervolgens goed drogen.

Wol die met deze ‘koud water methode’  is gewassen bevat nog alle eigenschappen die het schaap zelf ook heeft. Doordat ook de lanoline nog in de wol zit, krijg je tijdens het spinnen een ´natuurlijke schoonheidsbehandeling´ voor je handen.

Tip: Wol die op deze manier is gewassen dient binnen enkele weken te worden gesponnen.
Als dit soort wol te lang blijft liggen, zal de lanoline in de wol op den duur plakkerig gaan aanvoelen en de wol zal ook wat muf gaan ruiken.
Ook garen en werkstukken die van garen worden gemaakt waar nog lanoline in zit dienen af en toe te worden gewassen, om ‘fris’ te blijven. (je kunt gesponnen garen en werkstukken hiervan wassen zoals elke andere fijne wollen trui, in koud water, met een wolwasmiddel)

c. Uitwassen van lanolone – “HEET WATER METHODE”

Of we de lanoline wel of niet willen uitwassen hangt af van wat we met de wol willen doen.
Garen dat nog lanoline bevat kan worden gebruikt voor waterafstotende kledingstukken, zoals  visserstruien, bodywarmers en vesten.
Sommige wolsoorten (ik denk hierbij met name aan alle ‘Merino typen’, zoals Merino, Cormo, Corriedale, Rambouillet en Polwarth) hebben relatief zoveel lanoline in de vele, fijne vezels, dat de wol helemaal niet kan worden gesponnen, voordat de lanoline er is uitgewassen.

Spinner Of Yarns adviseert om de lanoline uit te wassen in de volgende gevallen:

  • wanneer je de waterafstotende eigenschappen in je werkstuk niet echt nodig hebt
  • wanneer je de gewassen wol langere tijd wilt bewaren
  • wanneer je te maken hebt met wol die relatief veel lanoline bevat (alle Merino typen)
  • wanneer je dun kamgaren wilt spinnen

Goed om te weten:
Wol waar de lanoline vooraf is uitgewassen kan eindeloos lang worden bewaard. Zorg er daarbij wel voor, dat de wol goed droog is en vervolgens afgesloten wordt verpakt, zodat er geen mot bij kan komen!

Om de lanoline uit de wol te verwijderen dient deze te worden verhit (in een teil of een grote pan), tot een behoorlijk hoge temperatuur (ca. 80-90 graden).  Gebruik ongeveer 2x zoveel (vloeibaar) wolwasmiddel als je normaal gebruikt, voor het wassen van je fijne truitjes.
Na ca. 30 minuten in dit hete bad komt de lanoline los van de wolvezels en kan het hete sop, samen met de lanoline, worden afgegoten boven een rooster. Let op dat het waswater niet terug afkoelt om te voorkomen dat de vloeibare lanoline bij lagere temperaturen terug ‘vastplakt’ op de wol.
Spoel de wol vervolgens voorzichtig uit in heet water dat geleidelijk aan koeler mag worden. Temperatuurverschillen van meer dan 10 graden zijn ongewenst, omdat door een grote temperatuurschok de wol zou kunnen vilten.

Tip:  was kwetsbare of fijne wol altijd met in kleine porties.

Wassen van MERINO en andere rassen uit de Merino familie (b.v. Corriedale en Polwarth): 
De meest effectieve methode om de (relatief veel) lanoline uit te wassen is om de wol eerst te verdelen in losse lokken (je kunt deze als een soort ‘vingers’ uit de vacht nemen). Zorg dat de losse lokken tijdens het wassen en drogen in takt blijven (gebruik een waszakje voor lingerie). Als de wol goed droog is kun je de schone lokken daarna stuk voor stuk (met een stalen kammetje) uitkammen, voordat je gaat spinnen (-> kamgaren)

Over zachte schapenwol en wol die niet “prikt”

Ik krijg vraag de vraag: Ik zoek ‘zachte’ schapenwol, welke soort moet ik dan hebben? In dit artikel deel ik een aantal van mijn persoonlijke ideeën over dit fascinerend onderwerp:

Als éen van slechts een handvol mensen op deze wereld heb ik persoonlijk het grote geluk gehad, dat ik zowel in Europa als in Australië, met schapen heb mogen werken en dat ik duizenden vachten door mijn handen heb laten gaan, bij het keuren en selecteren van wol van meer dan 50 verschillende schapenrassen. Mijn antwoord zal daarom denk ik niemand verbazen:  Er zijn heel erg veel zachte schapenvachten.

Dit antwoord levert echter nog niet de informatie op die men meestal ook wil hebben:
Welke schapenwol ‘prikt’ niet, wanneer ik haar op mijn blote huid zou dragen?”

Feit is, dat er maar een handjevol schapenrassen is, waarvan de wolvezels over het algemeen zo fijn van diameter zijn, dat het gesponnen garen ‘niet prikt’ op de blote huid. Dit komt, omdat schapenwol nu eenmaal wolschubben heeft, die voor de meeste mensen voelbaar zijn.
Alleen de wol van een Merino schaap (of van een van verwante schapenrassen zoals Corriedale en Polwarth) is zacht genoeg om op de blote huid te worden gedragen.

Grofweg kunnen we wol (naar fijnheid) indelen in drie hoofdgroepen:

a.  SPINWOL

De meeste schapenwol heeft een diameter tussen 30-33 microns en lokken met een gemiddelde lengte tussen 8 en 10 cm en een duidelijk zichtbare crimp (kleine “golfjes” in de wol).  We noemen dit “medium fijne schapenwol” of “spinwol”.  De meeste moderne schapenrassen (meestal vleesrassen, zoals Texel) vallen in deze categorie en het zijn deze schapenvachten die over het algemeen te koop worden aangeboden.
De meeste mensen vinden, dat de ruwe wol van deze schapen ‘zacht’ aanvoelt. Het gesponnen garen kan nog steeds zacht zijn, maar het kan ook iets stugger aanvoelen. Dit verschil is meestal te verklaren door de gebruikte voorbereiding, de  spintechniek en de hoeveelheid twist in het garen.
Spinwol wordt naar keuze gekaard of gekamd en gesponnen met een longdraw- of kamgaren spintechniek. De gesponnen garens zijn geschikt voor het maken van dekens, kussens, sokken, truien, vesten etc. En natuurlijk kun je met spinwol ook allerlei andere leuke dingen doen.

Er is een handvol schapenrassen dat in deze groep opvalt, omdat de gemiddelde woldiameter lager ligt dan gemiddeld,  tussen 26 en 30 microns, en de wol daarom dus zacht is. De meeste van deze schapen vinden we tussen de z.g. melkschapen en down rassen,  zoals b.v. het antieke Ryeland schaap en de Southdown. En daarnaast kennen we nog – waarschijnlijk de bekendste – de Shetland schapen.
Binnen dit ras komen echter vrij grote variaties voor, en het is zeker niet zo, dat alle Shetland schapen fijne wol hebben!  De meeste Shetland schapen hebben nog een tamelijk primitieve vacht, waarin zowel fijne als zeer fijne wolvezels voorkomen. Ook is de vacht aan de achterkant meestal een stuk grover. De wol van een gemiddelde Shetlandvacht varieert daarom flink en we vinden vaak vezels met een diameter tussen tussen 20 – 30 microns op hetzelfde schaap. Een aantal gespecialiseerde fokkers heeft zich toegelegd op het selecteren van schapen met een meer uniforme vacht, waarbij de verschillen minder aanwezig zijn. De mooiste dieren uit deze groep hebben vachten waarvan een fllink deel van de wolvezels een fijnheid heeft rond 25 microns. Het is duidelijk dat als we van serieus van plan zijn een ragfijne kamgaren sjaal te spinnen van de beroemde Shetland kant we het liefst wol uit deze vachten willen hebben

b. TAPIJTWOL

Als de wolvezels dikker zijn (meestal tussen 34-40 microns) spreekt de wolindustrie over ‘tapijtwol’.
De meeste rassen uit deze groep zijn ofwel zuivere ‘longwool’ rassen, of hebben longwool rassen in de voorouders. Tapijtwol heeft meestal niet die fijne crimp zoals spinwol, maar meer een ‘golfslag’ in de lokken (bij longwool vaak in de vorm van prachtig glimmende krullen).
De meeste wolkunstenaars zijn daarom continue op zoek naar deze vachten, met hun mooie  lange lokken.
Tapijtwol is meestal ook prima geschikt om met de hand te worden gesponnen en vaak extra in trek bij beginnende spinners en het garen is vaak zeer geschikt voor het maken van stevige werkstukken, zoals tassen. Tapijtwol is niet alleen dikker en sterker, maar vaak ook wat langer (gemiddeld ca 12-14 cm), wat door de mensen die net leren te spinnen vaak als een voordeel  wordt beschouwd, omdat het makkelijker in de hand ligt en je beter kunt zien wat je doet.
Hoewel de lange wol door veel spinners wordt gekaard op de kaardmolen is deze wol meestal ook bijzonder geschikt voor het lok voor lok spinnen van glanzend kamgaren.
Het gesponnen garen voelt altijd stevig aan, ongeacht de spintechniek of de hoeveelheid twist.
Het meest algemeen bekende voorbeeld uit deze groep (voor handspinners) is wol van het Romney schaap (met een fijnheid van ca 34-36 microns).

Ook in de longwool rassen vinden we één, opvallend zachte uitzondering: Het Bluefaced Leicester schaap. Bluefaced Leicester heeft net als andere longwools een fraai glanzende,  lange golvende wolvezel, die zich bij uitstek leent voor glad, koel kamgaren, dat mooi ‘valt’, en dat bij een onverwachte gemiddelde fijnheid van 28 – 30 microns. Ruwe BFL vacht bestaat uit allemaal zeer kleine ´poppenkrulletjes´ en omdat de meeste handspinners geen tijd hebben voor het vele werk dat is gemoeid om deze krullen geschikt te maken voor het spinnen van kamgaren wordt Bluefaced Leicester door handspinners meestal als BFL lontwol gekocht.

c. MERINO

Pas wanneer de diameter van de wolvezels minder is dan 26 microns vinden de meeste mensen dat de schapenwol echt niet meer ‘prikt’ op de blote huid.  Dit vind je alleen bij schapen uit de Merino familie   Naast de ‘echte’ Merino’s, die speciaal zijn gefokt om in het hete, droge Australië te gedijen, vinden we in deze groep ook neven en nichten die ook in een vochtiger klimaat te leven. De meest voorkomende is het Corriedale schaap, en daarnaast kennen we een aantal veel minder vaak voorkomende rassen, zoals Rambouillet, Cormo en  Polwarth.
Omdat de schapen in onze omgeving moeilijk te houden zijn en de wol in andere werelddelen vrijwel altijd direct wordt verkocht aan de commerciële kledingindustrie zijn ruwe vachten van schapen uit de Merino familie in Nederland en België nauwelijks te vinden.
Als handspinners zijn we hiervoor vrijwel altijd aangewezen op Merino lontwol .

Spinner Of Yarns adviseert handspinners daarom om jezelf niet langer gek te maken in een zoektocht naar ‘zachte schapenvachten’, maar boven alles te genieten van het plezier van het spinnen van ambachtelijk  garens, ongeacht van welk schapenras de wol afkomstig is. 

TOT SLOT EEN PAAR TIPS:

  • Maak je nooit meer zorgen over ´prikwol´, zolang je niet van plan bent om er een sjaal van te maken, die je om je blote hals moet dragen!
  • Staar je niet langer blind op een bepaalde onvindbare ´zachte´ wolsoort, omdat die toevallig in de wolboeken wordt  aangeprezen, maar  probeer zoveel mogelijk verschillende rassen uit (in welke vorm de wol ook maar wordt aangeboden).
  • Als de volgende keer in jouw omgeving voordelig ruwe vachten worden verkocht, koop er dan niet 1, maar neem er 3 of 4, nodig je spinvriendinnen uit en bekijk samen die vachten samen eens goed: Zoek de verschillen, Houdt  alleen de mooiste gedeelten, en geniet samen van een leuke en leerzame middag. Op basis van je persoonlijke ervaringen zul je op den duur je persoonlijke favorieten kiezen.
  • Een zakje van 250 gram ruwe spinwol  is meestal ruim voldoende voor een ‘wolstudie’ en een hele serie proeflapjes, die je kunt samen met alle andere proeflapjes kunt bewaren als referentie, (bewaar ook steeds een paar plukjes van de ruwe wol en schrijf op welk ras het is).
  • Leg je zelf nooit  de verplichting op om van elke vacht die in je bezit komt ook daadwerkelijk een kilo garen te spinnen en een omslagdoek te maken! Als je echtgenoot je een zeer zeldzame grijze Herdwick of Romanov vacht voor je verjaardag geeft betekent dit zeker, dat hij jou en je hobby leuk vindt, maar hij verwacht waarschijnlijk niet, dat je van die vacht een handgesponnen sjaal voor hem zult gaan maken, die hij de volgende winter geacht wordt te dragen (als je dat wel zou doen voorspel ik dat hij die sjaal binnen 2 weken ergens zal ‘vergeten’ en dat je daarna nooit meer een andere vacht van hem zult krijgen).
  • Ik raad je ook af om ruwe wol lang te bewaren, tenzij het je favoriete wolsoort is. Geef de  restanten van vachten waar je zelf voorlopig niets meer mee wilt doen weg aan je vrienden en vriendinnen, die het spinnen nog moeten leren, zodat zij ook kunnen oefenen met deze wolsoort en er proeflapjes van kunnen maken (en maak hiermee in jouw wolkast weer ruimte voor nieuwe experimenten 😉
  • ….En voor wie er dan uiteindelijk toch aan toe is om (voor zichzelf) dat vest of die trui te maken (en wie zou dat niet willen) is mijn beste advies,  om hiervoor dan uiteindelijk inderdaad een van je favoriete wolsoorten te kiezen. Als je dan uiteindelijk toch die moeite neemt om ca. een kg ruwe wol te verwerken tot 20 bollen 2 of 3-draads getwijnd handgesponnen garen, dan is het denk ik vooral belangrijk, dat je plezier beleeft aan het spinnen zelf, aangezien het spinnen je uiteindelijk veel meer tijd zal kosten dan het breien van de trui.
  • Koop je favoriete wolsoort alleen maar bij een gerenommeerd adres of gespecialiseerde fokker, omdat je daarmee een zekere garantie hebt over de kwaliteit van de wol (en dus ook de kwaliteit van je handgesponnen garen en de duurzaamheid van je uiteindelijke werkstuk!

….en als je favoriete wol geen Merino blijkt te zijn, draag dan later onder dat kant en klare vest een linnen bloes met lange mouwen of een mooi T- shirt,  zoals alle mensen al sinds de oudheid ook hebben gedaan

Wat maakt wol waardevol?

Wolliefhebbers die werken met ruwe vachten zijn altijd op zoek naar wol van goede kwaliteit. Maar hoe kun je die herkennen? In dit artikel vertel ik hier meer over, zodat je beter kunt kiezen.

Spinner Of Yarns geeft niet alleen les aan handspinners, maar als wolkeurmeester geef ik ook les aan schapenhouders en hobbyfokkers. Schapenhouders krijgen bij de opkoper of in het winkeltje bij de boerderij maar weinig geld voor de wol en dit is vaak niet zonder reden!
Veel vachten die je koopt bij een ‘boer om de hoek’ zijn van slechte kwaliteit en niet geschikt voor de wolkunstenaar, zoals spinners en viltsters.  Schapenhouders weten meestal wel hoe zij hun schapen gezond moet houden, maar de meeste hebben geen idee over de kwaliteit van de wol van de individuele dieren. Veel schapenhouders weten zelf nauwelijks welk schapenras zij op het weiland hebben staan!

De kritische consument (zoals ook Spinner Of Yarns zelf) die vaker met ruwe wol werkt, zal snel merken, dat niet elke vacht verschillend is en dat het helemaal niet vanzelfsprekend is, dat wol van voldoende kwaliteit is om te kunnen spinnen of te verwerken in een bepaald project.

Hoewel de hobbyist andere eisen stelt dan de industrie kan men toch veel leren door zich te verdiepen in de achtergronden van de commerciële wolverwerkende industrie. Hierdoor wordt ook voor de hobby veel duidelijk en is men beter in staat om een goede keuze te maken.

In de industrie wordt een grote verdeling gemaakt tussen wol die geschikt is voor kleding, en z.g. ‘tapijtwol’. Die laatste wol wordt overigens niet alleen gebruikt voor het vervaardigen van tapijten, maar ook voor bekledingstoffen en allerlei industriële toepassingen.

Voor tapijten zijn de volgende eigenschappen van belang: slijtvastheid (sterke) van de wol, lengte van de vezels, glans en kleur.

Voor de  kledingindustrie is vooral van belang dat wol zacht aanvoelt op de huid en voldoende veerkracht heeft .

Voor zowel de kleding- als de tapijtindustrie geldt, dat men alleen interesse heeft in wol die  voordelig kan worden geproduceerd in grote hoeveelheden, die gemakkelijk machinaal kan worden verwerkt en die goed kan worden geverfd.

ZACHTHEID

Zachtheid van wol wordt bepaald door de fijnheid van de individuele vezels. Deze wordt objectief uitgedrukt in microns. Wol die fijner is dan 31 microns valt in de kleding categorie. Alles wat in microns boven 33 microns  zit kan worden gekwalificeerd als ‘tapijtwol’ Vleesschapen, zoals Texel, Romney en alle heide- en bergschapen vallen meestal in de categorie tapijtwol

Wanneer we het hebben over ‘zacht op de huid’  zijn we bij voorkeur op zoek naar wol met een fijnheid van minder dan 25 microns. Merino en Polwarth wol valt in deze categorie (doorgaans 22-23 microns) .

De categorie 25-32 microns bevindt zich op de grens van wolsoorten, die door sommigen nog ‘draagbaar’ worden gevonden, maar door veel anderen al als ‘prikwol’ wordt betiteld. In deze categorie vindt men o.a. Blue Faced Leicester, Corriedale en sommige melkschapen. Ook lamswol van sommige vleesschapen kan in deze categorie vallen, al is deze wol vaak minder slijtvast dan wol van volgroeide schapen.

Polwarth – zeer zachte wol

KLEUR

Gekleurde wolsoorten zijn met name waardevol voor de tapijtindustrie en voor spinners, vilters en andere wolliefhebbers. Deze wol hoeft immers niet te worden geverfd, en de  natuurlijke kleuren zorgen voor variatie.
In de kledingindustrie wordt veel minder gebruik gemaakt van wol in natuurlijke kleuren. Daarom dat in de industrie witte schapenwol het meest gevraagd is. Hoe witter de wol, hoe gemakkelijker deze in de fabriek geverfd kan worden, en hoe waardevoller de wol is.

Romanov – mooie kleuren, maar vaak al vervilt op het schaap

LENGTE VAN DE VEZEL

Om wol te kunnen spinnen tot een sterk garen is een minimum lengte van ca. 7 cm gewenst. Kortere vezels dienen met een veel hogere twist te worden gesponnen om een sterk garen te verkrijgen, en daarom zijn korte vezels alleen bij fijne wolsoorten en in de kledingindustrie acceptabel. (Merino wol, de nummer 1 in de kledingindustrie, heeft een gemiddelde vezellengte van ca. 6 cm)
Voor tapijten is een lengte van 10 cm ideaal.

Voor handspinners is een lengte van ca 10-15 cm ideaal. Korter is lastiger (minder geschikt voor beginners) maar langer is soms ook niet aan te bevelen, omdat daardoor het verwerken (met name kaarden en kammen) lastiger wordt en de kans op vervilten van de wol op de rug van het schaap toeneemt.

De lengte van de vezel wordt  beïnvloed door het ras, maar ook door de periode tussen de scheerbeurten door.  Doorgaans wordt een schaap 1x per jaar (aan het begin van de zomer) geschoren. Ideaal voor handspinners is een vezellengte van ca. 10-12 cm en niet langer dan ca. 15 cm. Veel wolvezel zijn korter. Texel wol is ca. 12 cm lang, maar Merino wol is bijvoorbeeld gemiddeld maar niet veel langer dan ca. 6 cm.
De meeste wol heeft een vezellengte  van 7-10 cm.


Texel – relatief lange, goed spinbare vezel

AFWEZIGHEID VAN KEMPHAAR
Kemphaar zijn holle, dikke vezels, die een vacht volume en ondersteuning geven.  Kemphaar is vrij dik (ca. 40 microns) en bovendien laat het zich niet verven. De aanwezigheid van kemphaar is doorgaans ongewenst, omdat het zelfs de meest zachte wol ‘prikkelig’ maakt. Voor de spinner en de viltster is de aanwezigheid van kemphaar soms een aanwinst, vanwege de kleurvariatie, maar doorgaans is het een nadeel. In de industrie wordt de waarde van wol snel minder, wanneer kemphaar aanwezig is, en bij ‘wolschapen’ wordt deze eigenschap dan ook doorgaans weggefokt.

Het Herdwick schaap, bekend geworden door de inspanningen van de schrijfster Beatrix Potter om dit ras te behouden, is een van de meest ‘beruchte’ rassen op het gebied van kemphaar (en waarschijnlijk is dit ook de belangrijkste (commerciële) reden dat het ras ooit bijna was uitgestorven).

Herdwick – wol bevat zeer veel kemphaar!

UNIFORMITEIT OVER DE HELE VACHT
Veel schapen hebben van oorsprong zowel fijne, zachte wol als ook veel grovere wol. Soms is de vacht alleen op een deel van het schaap langer en stugger (doorgaans aan de achterkant of ‘broek’ van het schaap) maar soms ook is dit ook op andere delen van het dier het geval. In een aantal gevallen is zelfs sprake van een ‘dubbele vacht’ waarbij een zachte, isolerende wollen ondervacht wordt gecombineerd met veel stugge, volume gevende en waterafstotende dekharen en kemphaar. Dit maakt de schapen geschikt om zelfs in de meest barre, natuurlijke omstandigheden te overleven (bijvoorbeeld op de heide of in bergachtig gebied waar landbouw niet mogelijk is), maar het maakt hun wol voor industriële doeleinden veel minder waardevol Het Shetland schaap is het meest bekende voorbeeld van een dergelijk primitief ras. Dit schaap heeft haar grote populariteit te danken aan het feit dat het voor een deel fijne tot zeer fijne wol heeft, die geschikt is om op de huid te dragen, maar die bovendien ook in een enorm aantal natuurlijke wolkleuren voorkomt, terwijl de wol bovendien relatief weinig lanoline bevat.

Als we ervan uitgaan dat gemiddeld ca. 40-60% van een ruwe vacht onbruikbaar is voor de wolindustrie of de handspinner (vanwege vuil, grove haren, lanoline of korte vezels), dan kunnen we begrijpen dat uniformiteit over de hele vacht wol waardevoller maakt, doordat er relatief veel meer van te gebruiken is.  Romney is een voorbeeld van een succesvol schapenras met een relatief hoge wolopbrengst (70- 80%), dankzij een grote uniformiteit over d e hele vacht. De fijnheid van Romney valt in de categorie ‘tapijtwol’.

Romney – uniformiteit over de hele vacht

SCHONE, LUCHTIGE WOL

Zowel in de industrie als voor de handspinner is het belangrijk dat de wol zo min mogelijk vervuiling bevat. Stro of andere plantaardige resten maken een vacht vaak ongeschikt voor verdere verwerking en ook ernstige vervuiling en verkleuring zijn ongewenst. Schapen in Nederland worden relatief vaak ’s winters op stal gehouden, waardoor ze soms in hun eigen urine liggen (wat verkleuringen of vervilting veroorzaakt) en gevoerd worden vanuit een voederruif. Met name wanneer de ruif die boven het dier wordt opgehangen valt vaak een  onacceptabele hoeveelheid plantaardig vuil in de vacht, die er niet meer uit kan worden verwijderd.
De meeste schapen die in de buitenlucht worden gehouden hebben drogere, meer verweerde wol op de rug en vaak stuggere, grovere wol aan de achterkant.  Het gebruik van een stempelkussen maakt een deel van de wol onbruikbaar (de verf kan niet worden uitgewassen!).

 VLIES in plaats van VILT

Bij sommige schapen vervilt de wol al op de rug van het dier. Bij het scheren wordt deze soms als een bijna kant en klaar tapijtje afgeschoren. Hoewel deze vachten soms bij viltsters in trek zijn, omdat het fysiek zware vilten voor een deel reeds door moeder natuur is gedaan, is een dergelijke vacht vaak toch nauwelijks bruikbaar, omdat het ingesloten vuil bijna niet meer te verwijderen is.
Als men de wol wil gebruiken om er garen van te spinnen dan mag helemaal geen vervilting aanwezig zijn en dient de vacht na het scheren als een luchtig, doorzichtig vlies van het dier af te komen.

SAMENVATTING:

De waarde van de wol wordt in eerste instantie bepaald door de fijnheid, de vezellengte en de kleur. De prijs wordt doorgaans per gewicht berekend, waarbij een groot schaap met een uniforme vachtkwaliteit dus meer op zal leveren dan een klein schaap met veel variaties in de vacht. Voor spinners en viltsters zijn gekleurde vachten vaak het meest gevraagd, maar om te verven is witte wol beter geschikt.

Fijne wol (minder dan 25 micron) is vele malen meer waard dan grovere wol, omdat deze wol niet ‘prikt’ en dus direct op de huid kan worden gedragen.  De keuze in rassen met dergelijke fijne wolsoorten is echter in Nederland en België zeer beperkt. Wol van jonge dieren (lamswol of eerste schering) levert vaak ook vrij fijne wol op en is een redelijk alternatief voor handspinners die hun garen willen gebruiken voor het spinnen van breigarens.
De ideale vezellengte voor handspinners ligt tussen 10-12 cm.

Fokkers die de wol willen verkopen dienen de wol van hun dieren met zorg te behandelen. Let er vooral op, dat de wol schoon blijft en dat er geen plantaardige resten en verkleuringen in zitten. Alleen wol die na het scheren als een los en doorzichtig vlies kan worden uitgespreid is geschikt is om te worden gesponnen. Daarbij is het bovendien van belang, dat aan de vacht nog te zien is van welk deel van het schaap de wol afkomstig is.

Cecile Sarneel is een handspinner, die al meer dan 25 jaar ervaring heeft met het ruwe wol. via de website www.spinnerofyarns.nl,  tijdens cursussen, beurzen en wolmanifestaties worden ruwe vachten gekeurd en informatie gegeven over wol en andere vezels

Wanneer u vragen of opmerkingen hebt, neemt u dan contact op via spinnerofyarns@hotmail.com of laat een commentaar achter in dit blog.


vingeroefeningen

 

Een van de leukste aspecten van mijn werk als “Spinner Of Yarns” is het feit dat ik voortdurend in gesprek ben met zowel de producent: (hobby-) fokkers en boeren) als ook de consument (spinners, vilters, scholen en andere wolliefhebbers).

Ik zou gemakkelijk een boek kunnen schrijven over alle aspecten van schapenwol, vanuit het perspectief van de handspinner (en het is helemaal niet uitgesloten dat ik dat ook zal gaan doen .

 Rodney Joppich shearing 300 sheep in one day

Via dit blog wil ik mijn eigen ervaringen en een aantal wetenswaardigheden graag delen met mijn lezers en hoop ik waardevolle informatie te kunnen geven aan iedereen die werkt met schapen of wol.